Laatste Boerendrokte dit jaar

Afgelopen zaterdag was de laatste Boerendrokte dit jaar bij de Karstenhoeve in Ruinerwold. En ook ook voor Jan van Calker, die voor de laatste keer de rol van Boer Karsten op zich nam. De dag begon rustig op de Karstenhoeve, maar al vroeg vulde de erfplaats zich met bedrijvigheid. Vanaf elf uur kwamen de eerste bezoekers aangelopen, nieuwsgierig naar het jaarlijkse spektakel van de Boerendrokte. Dit keer stond het dorsen centraal, een bezigheid die zo alledaags was op de boerderij, maar die niet zelden voor verbazing zorgde bij de toeschouwers uit de stad.

Eerst liet men zien hoe de boeren van vroeger met een vlegel aan de slag gingen. Het ritmische, maar zware werk maakte snel duidelijk hoe tijdrovend en stoffig het was. Nog geen honderd jaar geleden betekende dit seizoen na seizoen zweten en tikken, tot de laatste korrel uit de aren was geklopt. Niet ver daarvandaan zat de klompenmaker met zijn beitels en messen. Elke spaander die op de vloer belandde, bracht de nieuwe klomp dichterbij. Hij werkte ongestoord, alsof hij in zijn eentje het ritme van het boerenleven belichaamde.

In het woonhuis liep het ondertussen iets minder soepel. Vrouw Karsten had vandaag andere zorgen: één van de meiden bleek zwanger, en een nieuwe kandidate kwam zich voorstellen. Samen met haar moeder, die met haar scherpe opmerkingen en hoge eisen duidelijk geen vrienden maakte. Vrouw Karsten kneep haar lippen op elkaar, dit was niet de manier om zich aan te bevelen.

Alsof dat nog niet genoeg was, arriveerde de dokter. Op verzoek van Vrouw Karsten moest hij de knechten en meiden voorlichting geven. Uiteraard niet tegelijk, want in 1925 ging dat wel anders dan tegenwoordig. In de pronkkamer hield hij zijn omfloerste voordracht, waarbij meer gegniffeld dan genoteerd werd.

Even verderop speelde zich een klein drama af: de tbc-patiënt van de hoeve was in zijn arm gestoken door een bij. Hij eiste onmiddellijk dat de hele bijenstal naar een andere plek zou worden verplaatst. Zoals zo vaak maakte hij van een mug een olifant. Gelukkig arriveerde zijn goede vriend net op tijd, zwaaiend met een fles “water” van het sterkere soort. Met een paar stevige slokken zakte de woede, en werd de middag toch nog luchtiger.

Maar het meest opmerkelijke gebeurde tegen het einde van de dag. Terwijl de zon langzaam achter de hooimijt zakte, verscheen de veearts van een dorp verderop. Hij stapte kordaat het erf op, zijn pet in de hand, en stelde boer Karsten een vraag die voor opschudding zorgde. Of hij veearts wilde worden in Dwingeloo. En daarmee kwam er een eind aan de rol die Jan van Calker vele jaren met plezier heeft gespeeld.

https://myalbum.com/album/5efTFf93w2fhY6/?invite=5f9b7866-0507-4e4f-93ec-a16c0b1d2509
Foto’s Petra Hessels

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.